De architecten van AI (artificiële intelligentie) werden in 2025 verkozen tot ‘Time Person of the Year’. Chatbots als ChatGPT, Gemini of Copilot: ze zijn helemaal ingeburgerd in ons dagelijks leven. Dit jaar zal AI ook zijn stempel op de sportwereld blijven drukken. Data is eveneens niet meer weg te denken uit de professionele sportclubs. En wat met wearables? Die zullen steeds performanter worden. Maar wat zijn dan concreet de sportinnovatietrends van 2026? We vroegen het aan ‘Sport & Health expert’ Kristof De Mey.
Kristof De Mey is innovatie- en businessmanager bij Victoris, het consortium rond sportinnovatie van de UGent. Daarnaast is hij medeoprichter van de loopapplicatie OnTracx. De zes sportinnovatietrends van 2026 zijn gebaseerd op marktsignalen, waargenomen evoluties, bijdragen van key opinion leaders, wetenschappelijke literatuur en praktijkervaring binnen sport, gezondheid en revalidatie.
1. Toenemende personalisatie, gedreven door betere data-integratie en AI
We zien duidelijke signalen dat sport- en gezondheidstechnologie evolueert richting verdere personalisatie, waarbij niet één, maar meerdere databronnen (fysiologisch, biomechanisch, gedragsmatig, enz.) steeds vaker geïntegreerd worden. AI wordt hierbij eerder ingezet om patronen te herkennen en mogelijke scenario’s of aanbevelingen te suggereren, dan om autonoom beslissingen te nemen. De verwachting is dat deze evolutie maatwerk toegankelijker maakt, maar enkel wanneer data correct geïnterpreteerd en toegepast wordt.
Concreet voorbeeld: een trainingsapp die hartslagvariabiliteit, slaap en trainingsbelasting combineert om suggesties te doen rond herstel of intensiteit bij wielrenners.
2. Meer aandacht voor wetenschappelijke onderbouwing, validatie en kwaliteit
De markt lijkt zich te bewegen van snelle innovatie naar aantoonbare impact. Steeds meer stakeholders hechten belang aan klinische validatie, reproduceerbaarheid en wetenschappelijke onderbouwing van technologie, zeker in contexten van gezondheid, preventie en revalidatie. Dit wijst op een groeiende nood aan kwaliteitsstandaarden, zonder dat innovatie volledig afgeremd wordt.
Concreet voorbeeld: initiatieven rond athlete health & performance tracking, bijvoorbeeld voor video en trackingsystemen in voetbal, basketbal of rugby. Momenteel zijn deze echter nog onbestaande of in een prille ontwikkelingsfase. Binnen die laatste categorie heb je bijvoorbeeld de IEEE initiatieven die voortbouwen op het algemene kwaliteitskader dat in 2023 werd gepubliceerd, al zal je daar als consument nog niet zo snel iets van merken.
3. Wearables en sensoren als mogelijke hefboom voor preventie en revalidatie
Wearables en slimme sensoren worden steeds vaker bekeken als potentiële tools om risico’s vroegtijdig te detecteren en herstelprocessen beter op te volgen. De verwachting is dat hun rol zal verschuiven van louter monitoring naar ondersteuning van preventieve strategieën en revalidatiebeslissingen. Tegelijk blijft het cruciaal dat deze data niet geïsoleerd gebruikt wordt, maar ingebed is in een bredere professionele context. Let dus steeds op met concrete technologie-gestuurde gezondheidsadviezen zonder dat er een professional aan te pas komt.
Concreet voorbeeld: loopanalyse via sensoren om looppatronen of overbelasting op te sporen tijdens revalidatie na blessure. Dit is ook de visie die uitgedragen wordt door OnTracx, waarbij technologie ondersteuning biedt aan de kinesitherapeut, podoloog of loopcoach.
4. Van ruwe data naar bruikbare inzichten en concrete suggesties
Een duidelijke evolutie in de markt is de groeiende vraag naar betekenisvolle inzichten in plaats van dashboards vol cijfers. Technologie lijkt zich te ontwikkelen richting systemen die data vertalen naar begrijpelijke interpretaties en mogelijke acties, afgestemd op sporters, patiënten en professionals. De meerwaarde zit minder in “meer meten” en meer in “beter begrijpen”.
Concreet voorbeeld: wat ben je met een (nieuwe) wearable die misschien wel een relevante parameter meet (zoals de uitvoering van een beweging), maar deze data niet vertaald krijgt naar concrete aanbevelingen, zoals: welke oefeningen zijn nu het meest nuttig of hoe moet ik mijn training vandaag effectief aanpassen?

5. Menselijke expert blijft essentiële schakel
Ondanks technologische vooruitgang wijzen vrijwel alle signalen erop dat de rol van de expert niet verdwijnt, maar verschuift. Coaches, kinesitherapeuten, artsen en andere professionals blijven nodig om data te interpreteren, context te geven en ethisch verantwoorde keuzes te maken. Technologie fungeert hierbij steeds meer als ondersteunend instrument, niet als vervanging van menselijke expertise. Anderzijds komen meer en meer professionals in aanraking met nieuwe technologieën, wat voor velen ook overweldigend kan zijn.
Concreet voorbeeld: een fysiotherapeut of sportarts die wearable-data gebruikt als ondersteunende input om samen met de sporter beslissingen te nemen over trainingsopbouw, return-to-play of belastbaarheid, in plaats van deze beslissingen volledig over te laten aan een algoritme. De technologie signaleert bijvoorbeeld verhoogde vermoeidheid of asymmetrie, maar het is de expert die dit interpreteert in functie van blessuregeschiedenis, psychosociale factoren en context (werkdruk, stress, slaap, motivatie…). De vraag (als professional) is natuurlijk steeds: welke producten vertrouw ik en leveren een echte meerwaarde op voor een bepaalde persoon op een bepaald moment, en welke niet?
6. Consolidatie van de markt en toenadering tussen sport, gezondheid en zorg
Er zijn duidelijke aanwijzingen dat de markt verder consolideert, waarbij grote spelers snelgroeiende startups en scale-ups overnemen of structurele samenwerkingen aangaan met bedrijven uit aanverwante domeinen, zoals de medische sector. Er zijn immers al meer dan 6.000 sporttechnologieën en 350.000 gezondheidsapps op de markt.
Tegelijk zien we sport, gezondheid en longevity steeds dichter naar elkaar toe groeien. Innovatie vanuit de gezondheidszorg blijft vandaag echter grotendeels therapeutisch gericht, al zijn er signalen van een (trage) verschuiving richting preventie.
Concreet voorbeeld: een bedrijf als Oura, dat zich bevindt op het snijvlak van lifestyle, gezondheid en medische relevantie, en waar recent nog over gereflecteerd werd in De Tijd, naar aanleiding van de enorme bedragen die erin worden geïnvesteerd.
Oura illustreert hoe consumententechnologie steeds vaker doorschuift richting gezondheid en preventie, en waarom validatie, duidelijke positionering en samenwerking met de zorgsector steeds belangrijker worden (bijvoorbeeld als het gaat over diabetes of mentale gezondheid). Tegelijk zien we dat een groeiend deel van de effectiviteit – en dus ook de economische en maatschappelijke waarde – vandaag vooral ontstaat binnen Amerikaanse bedrijven, terwijl Europa traditioneel sterk staat in regelgeving, solidariteit en betaalbare zorg voor iedereen.
Dat zijn fundamentele en te koesteren waarden. Maar ze mogen ons er niet blind voor maken dat innovatie, snelheid en schaal steeds vaker elders worden gerealiseerd. Het risico bestaat dat we binnen Europa vooral de spelregels bepalen, terwijl we ondertussen afhankelijk worden van technologie die buiten onze systemen en prioriteiten ontwikkeld werd. De uitdaging ligt dus niet in kiezen tussen zorg en technologie, of tussen regelgeving en innovatie, maar in het durven verbinden van beide, met (torenhoge) ambitie.
Samenvattend kunnen we concluderen dat de sporttechnologie in 2026 niet zal winnen door meer data, maar door betere keuzes – gemaakt door mensen, ondersteund door technologie.